FLIE In de praktijk – In gesprek met Timo Pauel van QuinteQ Energy Storage
Wat begon als een veelbelovend stuk ruimtetechnologie dat bij Boeing op de plank lag, groeide uit tot een Nederlandse innovatie die havens, bouwplaatsen en grootschalige energieprojecten helpt verduurzamen. QuinteQ Energy Storage uit Culemborg ontwikkelt vliegwielsystemen voor energieopslag en werkt inmiddels aan een omvangrijk microgrid-project voor de haven van Odessa in Oekraïne. Business Development Manager Timo Pauel vertelt hoe een combinatie van technische durf, ondernemerschap en de steun van FLIE en FME heeft bijgedragen aan de groei van het bedrijf. Toen QuinteQ in 2018 werd opgericht, lag de basis al enkele jaren klaar. De technologie kwam voort uit een ruimtevaartproject van Boeing, waar ooit een vliegwiel werd ontwikkeld om extreem hoge vermogenspieken te leveren. QuinteQ-oprichter Paul Vosbeek zag de potentie ervan buiten de ruimtevaart en wist uiteindelijk de wereldwijde patentenportefeuille over te nemen.

“Het Boeing-ontwerp was het startpunt van QuinteQ,” vertelt Timo. “De technologie was ontwikkeld voor ruimtevaarttoepassingen en daardoor extreem geavanceerd. We begonnen met een systeem met supergeleidende magneten, een zwevende rotor en allerlei hightech componenten. Technisch heel indrukwekkend, maar ook complex en duur. Tijdens de ontwikkeling en de eerste demonstraties ontdekten we steeds beter waar klanten daadwerkelijk behoefte aan hadden. Bovendien werden we op een gegeven moment gedwongen opnieuw naar het ontwerp te kijken toen een prototype tijdens tests uitviel. Dat bleek achteraf een belangrijk kantelpunt. We hebben toen veel van de ingewikkelde technologie losgelaten en zijn gaan focussen op wat echt waarde toevoegt voor de gebruiker. Het resultaat was een veel eenvoudiger, robuuster en beter schaalbaar systeem. Het oorspronkelijke ontwerp heeft ons op weg geholpen, maar de reden van ons succes ligt vooral in de keuzes die we daarna zelf hebben gemaakt: vereenvoudigen, luisteren naar de markt en een oplossing bouwen die commercieel inzetbaar is.”

Energieopslag voor piekvermogen
Waar batterijen vooral worden ingezet om gedurende langere tijd energie op te slaan, doet QuinteQ iets anders. Het bedrijf richt zich op toepassingen waarbij gedurende korte momenten extreem veel vermogen nodig is. “Wij slaan energie mechanisch op in een vliegwiel,” legt Timo uit. “Daardoor zijn we vooral sterk in situaties waar heel veel vermogen in één keer gevraagd wordt. Denk aan havenkranen, torenkranen, bouwplaatsen of andere installaties met piekbelastingen.”
Juist dat maakt het verschil. Door vermogenspieken af te vlakken, kan de benodigde netaansluiting aanzienlijk kleiner worden. “Bij sommige toepassingen kunnen we de vermogensvraag met wel tachtig procent reduceren. Dat betekent dat bedrijven efficiënter omgaan met hun infrastructuur, minder last hebben van netcongestie en soms zelfs kunnen volstaan met een veel kleinere aansluiting.”
De technologie heeft bovendien voordelen ten opzichte van chemische batterijen. Zo kent een vliegwiel geen batterijveroudering door intensieve laad- en ontlaadcycli, gaat het systeem jarenlang mee en is er geen risico op thermal runaway (thermische kettingreactie, -red.). “Het is geen kwestie van beter of slechter dan batterijen,” benadrukt Timo. “Het zijn twee verschillende technologieën met ieder hun eigen kracht. Batterijen zijn uitstekend voor langdurige opslag. Wij zijn juist sterk in het opvangen van snelle en zware pieken.”
Van startup naar scale-up
De afgelopen jaren stond voor QuinteQ in het teken van pionieren, zoeken en aanpassen. Het bedrijf groeide uit van een klein team naar ongeveer achttien medewerkers en bevindt zich tegenwoordig in de scale-up-fase. “Toen ik in 2020 begon, was er eigenlijk nog nauwelijks budget,” lacht Timo. “Ik kwam vanuit de luchtvaart en wilde heel graag bijdragen aan deze technologie. Ik heb zelfs een periode zonder salaris gewerkt omdat ik geloofde in wat hier mogelijk was.”
Zijn opdracht was duidelijk: zoek uit welk probleem deze technologie daadwerkelijk oplost. “Een mooie technologie alleen is niet genoeg. Je moet ook weten wie ervoor wil betalen.” Dat leidde uiteindelijk tot een duidelijke focus op onder meer de bouwsector, havenlogistiek en grotere energie-infrastructuren. Inmiddels levert QuinteQ systemen aan klanten en wordt gewerkt aan verdere internationale uitbreiding. Daarnaast verkent het bedrijf nieuwe markten, waaronder AI-datacenters. “Die laten vaak een heel piekerig energieprofiel zien. Dat maakt het een interessante markt voor de toekomst.”
Odessa: een kantelpunt
Iedere scale-up kent momenten waarop alles samenkomt. Voor QuinteQ kwam dat moment met een groot project in Oekraïne. “We spreken intern wel over een pre-Odessa- en een post-Odessa-tijdperk,” vertelt Timo.
QuinteQ ontwikkelt momenteel een 3,6 MW vliegwielsysteem als onderdeel van een microgrid voor een containerterminal in de haven van Odessa. Het systeem combineert vliegwielen, batterijen, zonnepanelen en aggregaten, zodat de terminal operationeel kan blijven wanneer de reguliere stroomvoorziening uitvalt. “Het project moet ervoor zorgen dat de haven minder afhankelijk wordt van diesel en beter bestand is tegen stroomuitval. Dat is daar natuurlijk geen theoretisch vraagstuk.”
Het project wordt momenteel ontworpen en gebouwd, met oplevering gepland in 2027. Voor Timo en zijn collega’s gaat het verder dan techniek alleen. “Wij zijn altijd een impact gedreven bedrijf geweest. Eerst vooral vanuit de energietransitie. Nu kunnen we ook daadwerkelijk bijdragen aan de veerkracht van een land dat dagelijks met enorme uitdagingen te maken heeft. Dat geeft extra betekenis aan wat we doen.”
‘We zijn van een super hightech, ingewikkeld systeem naar een veel eenvoudiger en robuuster ontwerp gegaan dat beter aansluit op wat klanten nodig hebben’
Kiezen voor eenvoud
Terugkijkend ziet Timo één belangrijke les die bepalend was voor de ontwikkeling van QuinteQ. “De schade met het prototype voelde toen als een tegenvaller, maar achteraf bleek het een zegen. We werden gedwongen afscheid te nemen van ingewikkelde technologie die niet essentieel was. Daardoor zijn we een veel eenvoudiger, betrouwbaarder en meer schaalbaar product gaan ontwikkelen.” Die focus op eenvoud maakte uiteindelijk het verschil tussen een interessante technologie en een commercieel kansrijk product. “Hardware-ontwikkeling blijft vallen en opstaan. Je komt continu nieuwe uitdagingen tegen. Maar juist door steeds te focussen op wat echt waarde toevoegt voor klanten, kom je verder.”
Klaar voor de volgende stap
Als Timo vooruitkijkt naar 2030, ziet hij een QuinteQ dat internationaal actief is en wordt gezien als dé specialist voor toepassingen met hoge vermogenspieken. “Ik verwacht dat we verder zijn gegroeid, mogelijk op een grotere locatie zitten en wereldwijd projecten draaien. Maar nog belangrijker: ik hoop dat vliegwielen dan een vanzelfsprekende oplossing zijn geworden binnen de energietransitie.” Want hoewel batterijen tegenwoordig vaak de aandacht krijgen, gelooft hij dat vliegwielen een onmisbare rol gaan spelen in een toekomst waarin slim omgaan met energie steeds belangrijker wordt. “Wij willen de technologiepartner zijn waar bedrijven aan denken zodra ze tegen die zware vermogenspieken aanlopen. Daar ligt onze kracht.”
‘De FLIE-subsidie maakte het mogelijk om breder te kijken naar product-marktcombinaties en nieuwe kansen te ontdekken’

Over de samenwerking met FLIE
De ontwikkeling van QuinteQ kreeg mede een impuls dankzij een toepassingsstudie van het Fieldlab Industriële Elektrificatie. Die ondersteuning gaf het bedrijf ruimte om verschillende markten te onderzoeken, klantgesprekken te voeren en scherp te krijgen waar de technologie de meeste waarde toevoegt.
FLIE bood in een cruciale fase van hun ontwikkeling veel meer dan alleen financiële ondersteuning. De samenwerking begon zelfs met een persoonlijke mijlpaal voor Timo: “Ik heb die subsidie voor de toepassingsstudie van FLIE geschreven en die hebben we gewonnen.
Toen heb ik ook direct mijn baan opgezegd en kon ik bij QuinteQ aan de slag. Dus dat is mijn persoonlijke toegangsticket tot QuinteQ geweest.” Dankzij de toepassingsstudie kreeg het jonge bedrijf de ruimte om marktonderzoek te doen, klanten te spreken en te ontdekken waar de unieke vliegwieltechnologie daadwerkelijk het verschil kon maken. Volgens Timo was juist die vrijheid van onschatbare waarde: “Het geeft echt veel meer ruimte om onbekende markten in te treden en product-marktcombinaties te onderzoeken die je anders misschien niet zou verkennen.” Daarnaast profiteerde QuinteQ van het netwerk en de begeleiding van FLIE. De introducties naar relevante partijen en de betrokkenheid van adviseurs zoals Marco Kirsenstein hielpen het team bij strategische keuzes en het opbouwen van een sterk netwerk. Zoals Timo het samenvat: “Je krijgt niet alleen een zak geld. Je gaat samen een traject in waarbij je een sparringpartner hebt en toegang krijgt tot een netwerk.”
De meerwaarde van het FME-lidmaatschap
Ook het lidmaatschap van FME levert QuinteQ concrete voordelen op. Als innovatieve scale-up in de maakindustrie kan het bedrijf gebruikmaken van kennis, ondersteuning en praktische hulpmiddelen die anders veel tijd en geld zouden kosten om zelf te uit te zoeken. Timo noemt daarbij specifiek de ondersteuning rond contracten en algemene voorwaarden.” Vooral op die onderwerpen hebben we veel gehad aan FME,” vertelt Timo. “Er zijn zaken die je als scale-up niet allemaal zelf hoeft uit te vinden. Het is prettig als die kennis al beschikbaar is.” Daarnaast voelt QuinteQ zich thuis binnen het netwerk van FME, omdat het bedrijf als lid onderdeel is van de Nederlandse technologische maakindustrie en daar zowel kennis als zichtbaarheid kan opbouwen. Samen hebben FLIE en FME QuinteQ geholpen om uit te groeien van een veelbelovende technologie tot een onderneming die nu internationaal projecten realiseert, waaronder het omvangrijke energieproject in de haven van Odessa.
Meer lezen over QuinteQ Energy Storage? Ga naar www.quinteqenergy.com.

Over FLIE
FLIE is een gezamenlijk initiatief van Deltalinqs, FME, Port of Rotterdam, InnovationQuarter, Platform Zero en TNO en wordt nauw ondersteund door de Provincie Zuid-Holland, de Gemeente Rotterdam, de EFRO-subsidie
